Het Geloof


Het eerste wat ik u zou willen vragen is, bent u een Christen? Christen zijn betekend om zo te zijn als Christus was. Doet u die dingen in uw leven die Christus tijdens zijn leven deed? Hij ging al goeddoende rond, genezende iedereen die door de duivel bezeten was.

Welk doel hebt u in uw leven? Wat motiveert u? Het is heel belangrijk dat wat u ook motiveerd iets goeds is anders is uw leven doelloos en verkeerd, ongeacht hoe goed het dan ook in uw ogen mag lijken. Is uw levensdoel soms om een eigen huis te hebben, een eigen auto misschien o feen hoge spaarbankrekening; of is het uw bedoeling om uw eigen bedrijf te hebben, hoge aanzien, vermaardheid, of macht in deze wereld? Mijn vriend, dit is een heel armzalige kijk op het leven. Al zou u de rijkste, de meest beroemede of de machtigste persoon ter wereld zijn, dit zou niet meer zijn dan loutere ijdelheid en kwelling van geest. Koning Salomo van de Bijbel bezat al deze dingen, toch noemde hij deze ijdelheden.

Het verkrijgen van de Genade God’s is de enigste waardevolle schat. Om ontwikkeld te zijn in alles wat het leven ook maar te bieden heeft, betekend niets, omdat alles in deze wereld in korte tijd zal vergaan en van niets, zal er meer herinnering overblijven.

Als wij praten over het voorbereiden voor de toekomst, waar ligt deze toekomst? Is deze niet met God? Hij houdt het hart van de koning in zijn handen gelijk een stroom die hij leidt waarheen hij ook wil. Hij schept het goede en hij schept het kwade, en krijgt zijn zin in beiden, aldus de Bijbel.

Er is geen toekomst in deze wereld noch in het hiernamaals zonder God. Op een dag sprak ik een man over zijn toekomst. Hij beplande om voor God te gaan werken zodra zijn huis afbetaald was. Kort voor hij zijn laaste termijn betaalde verdronk een van zijn eigen kinderen in een klein meertje achter zijn huis. Het zou veel beter geweest zijn als hij zich van het begin af aan helemaal aan God had overgegeven.

Op zekere avond kwam een man naar onze godsdienst. Terwijl de H. Geest berouw opwekte in de zielen van alle andere aanwezigen werd ook aan deze man kans geboden om zichzelf te redden. Hij weigerde echter. De volgende dag ongeveer 12 uur’s middags bekeek ik zijn dode gezicht, opgebaard in een kist bij de begrafnisondernemer. Tijdens een andere dienst smeekte ik twee mannen om tot inkeer te komen. Ook zij weigerden. Niet lang daarna stierven beide. Het zou te veel plaats innemen om alles te vertellen wat gebeurd is tijdens mijn ambstijd; wat voldoende bewijs levert dat er geen toekomst bestaat zonder God.

Er is geen vrede voor de godelozen, verteld de Bijbel. Er is een vreselijk geluid in de oren van de rijken die nooit ophoudt.

Voortdurend gekweld zijn met de vrees voor het verlies van dierbaren, ziekte en krankzinnigheid, en voor rampen op ons levenspad, is een armzalige manier om door het leven te gaan. De inspanning, het vechten om faillisment te voorkomen, het verlies van de goederen waarvoor wij zo hard geswoegd hebben, het oneerlijk behandelen van onze medemens door op een oneerlijke manier met hem zaken te doen is geen leven.

Een godsdienstig leven van huichelarij, onszelf daagliks bedriegend door intelectueel te redeneren om ons van geloof en hoop te overtuigen wat in werkelijkheid niet in onze hart is noem u dat soms leven?

De beweegreden om onze medemens van dienst te zijn, moet alleen ongeschonden en zeer nauwgezet zijn. Het verantwoordelijkheids - gevoel dat wij als hoeders van onze broeders dienen moet ons daarbij altijd voor ogen staan. Ieder van ons is voor de een of andere reden aangewezen op zijn medemensen voor diensten die alleen door hen bewezen kunnen worden. Dat is zo door God bepaald, daarom zijn wij inderdaad hoeders van onze broeders. Kain doodde zijn broeder Abel, en weigerde om hoeder van zijn broeder te zijn door zijn bedrieglijke verlangens die hij voor zichzelf had. God zal een mens dienovereenkomstig belonen. Degene die op een bedrieglijke manier rijk word zal in het midden van zijn leven worden afgesneden, zijn einde is dat gelijk een dwaas, verteld de Bijbel ons.

Let niet alleen op de mooie huizen, de kleding, en de autos waarmee u de mensen ziet rijden. Beschouw niet allen het aanzien die de mensen hebben, hun vermaardheid en hun stand in het leven, maar let ook eens op de krankzinnigen gestichten, de sanatoria voor TB patienten, de ziekenhuizen, de dagelijkse verslagen in de kranten en niet te ver geten al de ellende in het leven zoals het schreewen van sirenes die vaak in steden te horen zijn. Deze schrikaanjagende botsingen samen met alle angst en teleurstellingen zeggen mij dat dit onmogelijk het leven kan uit maken. Er is een hoger levensniveau, waar een atmosfeer van vreugde, vrede en gerechtigheid heerst. God dienen brengt deze atmosfeer.

Dezelfde pleitende stem, die door eeuwen roept, ontbiedt u en mij nu nog steeds. Het is God’s stem, door middel van de geestelijkheid en de kinderen God’s, die al sinds het begin van de wereld met de mensheid pleit.

Deze stem van Christus liet zichzelf horen aan vorige generaties. Het pleitte ten tijde van Noach voor de verdelging. Het pleitte in de dagen van Christus vlak voor de grote rampen die Jerusalem overkwamen. Het sprak tot de mensen die op hun avontuurlijke veroveringen, die reeds tot de geschiedenis van het verleden behoren, over de prairie reden, al vechtende tegen de Indianen en zoekende naar beschutting tegen de stormen die het leven hen bood.

Vanuit het verleden komen de zachte echo’s van de woorden van die eenzame Galileer, die voor u en mij een leven leed vol met lijden. Ook vandaag, pleit deze zelfde stem voornamelijk gericht op een wereld vol van socialisme. De vraag die ik u stel, mijn vriend, is, waarom slaan wij geen acht op zijn roepen tot berouw, onze rug toekerend aan onze neiging om een maatschappelijk georienteerd leven te leiden; en dalen wij niet af tot het meer eenvoudige?

Christus heeft gezegd dat dit laatste geslacht trots, hardnekkig, arrogant en hoogmoedig zou zijn, meer vervuld met eigen liefde dan liefde voor God. Paulus heeft gezegd dat het einde der wereld dergelijke mensen zou overvallen.

Velen van u tot wie ik nu spreek hebben al hun geweten verschroeid met een heet ijzer, en voelen niets meer. U heeft uzelf al helemaal overgegeven aan de geest van Satan met het bedrijven van allerlei verdorvenheid. Aangezien alles verteren zal en de wereld zal verbranden, vroeg Petrus, “welk soort persoon behoren wij te zijn, heilig in alle gedrag, uiteinde naar en ons bespoedigen tot de dag dat God verschijnen zal.”

Deze zelfde Petrus, aan wie de sleutels van het koninkrijk gegeven werd, stond met Pinksteren, toen de kerk voor het eerst gesticht werd, en opende de deur voor alle generaties. Drieduizend traden meteem in.

Hoeveel van de twee en een half of drie biljoen mensen die vandaag de aarde bevolken beschouwen de woorden van deze grote leider van eenvoudigheid, als de stem van Christus die via zijn mond echoed, weerklinkend tot alle generaties? De roep is een om tot berouw te komen, om gedoopt te worden in de naam van Jezus Christus voor de vergiffenis der zonden, opdat u de gawe van de H. Geest mag ontvangen. Want dit is voor u en uw kinderen en voor zovelen die God zal roepen. Bent u onder deze geroepenen?

De Bijbel zegt dat deze mensen standvastig vasthielden aan de leer van de apostel. Denk eraan dat er geen andere weg is. Met God’s genade door geloof zijt ge gered. Niet als het resultaat van eigen daden, wees niet opschepperig, maar het is een genade van God. Zij horen het woord zoals Petrus het preekte; zij geloofden in het woord, en het geloof die ontstaat bij het horen van het woord openbaarde zich in hun leven door hun daden van gehoorzaamheid aan het woord van God waarover Petrus sprak. Zij ontvingen onmiddelijk de doop van de H. Geest, God’s Geest van het eeuwige leven, de redding en kracht van de verrijzenis.

De belofte die God maakte aan Abraham, in Christus, bracht hij in vervulling met Pinksteren toen Petrus zei, “dit is de gelofte, onze God zal iedereen roepen.”

Het is ons gezegd dat wij onze uitverkiezing en roeping veilig moeten stellen. Hoe kunnen wij weten dat wij tot degenen behoren waarvan God voorkennis had? I Pet. 1:2 zegt ons dat wij zijn uitverkoren volgens God’s voorkennis door de heiliging van de H. Geest, in gehoorzaamheid aan Christus en door besprenkeling met zijn bloed.

God heeft ons alles gegeven dat godsvrucht en leven uitmaakt en Hij heeft ons geroepen tot heerlijkheid en deugd. Hij heeft ons daardoor ontzaggelijke en grote beloften gedaan; door dezen kunt gij deelgenoten worden van de goddelijke natuur en ontkomen aan het bederf dat in de wereld bestaat door begeerte.

In de vÿfde vers vermaand het ons tot de grootste vlijt, tot het bijvoegen van deugd aan ons geloof, van kennis aan deugd, gematigheid aan kennis, geduld aan gematigheid, vroomheid ann geduld, broederlijke genegenheid aan vroomheid, en liefde aan broederlijke genegenheid. Indien dit alles in u is, zult u niet leeg, nog onvruchtbaar zijn. Maar hij die dit alles niet heeft is blind en kan niet ver zien en heeft vergeten dat hij van zijn oude zonden gezuiverd is.

Liefdadigheid is lijdzaam en zachtmoedig, zij is niet jaloers, opschepperig en trots; zij gedraagt zich niet onbehoorlijk, zoekt niet wat haar niet toekomt, word niet gemakkelijk kwaad, denkt geen slechte dingen over anderen, verheugt zich niet over het kwade maar is verblijk door de waarheid, kan alles verdragen, gelooft alles, hoopt op alles en kan alles doorstan.

Jezus heeft gezegd dat wij een Christen zouden kennen aan zijn vruchten. Wij weten dat wij zijn overgegaan van de dood naar het leven omdat wij onze broeders liefhebben, God is liefde. Wie zich aan de liefde houdt, houdt zich aan God.

De vruchten van de H. Geest zijn liefde, vreugde, vrede, lankmoedigheid, zachtmoedigheid, goedheid, geloof, ootmoedigheid, gematigheid. Tegen al deze dingen bestaat geen wet. Deze dingen bewijzen dat u een van de uitverkorenen en geroepenen bent als deze dingen zich aantonen in u leven.

Wist u niet dat de onrechtvaardigen het koninkrijk van God niet zullen erven? Laat u niet misleiden; nog ontuchtigen, afgodsdienaren, echtbrekers, verwijfden, nog zij die zichzelf ontwijden, dieven, begeerders, dronkaards, smaders, nog afzetters zullen het konikrijk van God binnentreden. Paulus heeft gezegd elkaar niet te bedriegen.

Predik het woord; dring aan te pas en te onpas; berisp, verwijt, vermaan met veel geduld en sterkte in de leer. Er gaat een tijd komen wanneer men niet wil luisteren naar de ware leer. Met kriebel oren zullen de mensen in grote getallen leermeesters zoeken volgens hun eigen lusten. Zij zullen de rug toekeren aan de waarheid en luisteren naar fabels.

Indien wie dan ook iets anders leert of een lering onderwijst die niet met godsvrucht overeenstemt, dan is hij trots, hij weet niets, en houd van vragen die leiden tot twisten en slechte gissingen. Niemand doet het goede, nee niemand. Als schapen zijn ze allen verdwaald. Iedereen is zijn eigen weg gegaan en God heeft al onze misdaden op zijn schouders gelegd. Hij werd voor onze misdaden gewond; de straf voor onze vrede werd hem opgelegd. Sprekend over het geloof dat eens aan de heiligen gegeven werd; gelooft vandaag in de Here Jezus Christus en wees gered. Mag God u zegenen, is mijn gebed.

Door Rev. George Leon Pike Sr.

DUT9915T • DUTCH • THE FAITH

Heilig Voor De Heer